De Protestantse kerk van Uitgeest
De eerste kerk.
Omstreeks het jaar 1300 werd op de plaats van de huidige kerk, vermoedelijk nog in
romaanse stijl, een kruiskerkje gebouwd. Van dit kerkje, dat
ongeveer de breedte had van het latere koor, is nog de westmuur
over. Aan de binnenzijde is nog de oude dakmoet te zien, waaruit
blijkt dat de oorspronkelijke hoogte van het kerkje uitstekend past
bij de hoogte en indeling van de toren. Ook de muren van het meest
oostelijke travee van het kerkschip behoren tot de oudste delen.
Hier zijn de zijgevels en de oostelijke muur van het vroegere
transept nog grotendeels aanwezig.
Toen de kruiskerk gereed was, begon men met de bouw van de toren, die blijkens de bouwnaden,
koud tegen het kerkschip werd aangezet. Hij behoort tot de oudste generatie van het sobere type
dat in onze streken werd gebouwd, in twee of drie geledingen met ondiepe nissen en zonder of
vrijwel zonder verjonging en in stijl nog aansluitend bij het eenvoudige romaanse soort, maar
daterend uit de eerste helft van de 14e eeuw. De buitenbekleding is in de vorige eeuw grotendeels
vernieuwd, de versiering gaat echter terug naar de oude toestand. Wij komen onder de indruk van
zijn eenvoudige, 42 meter hoge, schoonheid met hoeklisenen, rond- en keperboogfriezen en
rondbogige lichtopeningen en galmgaten
De toren.
Plattegrond van de kerk in 1350
De verbouwing rond 1500
Rond het einde van de 15e eeuw werd de kerk grondig verbouwd en uitgebreid in laat-gotische stijl. De drie weste1ijke
traveéen werden verbreed, waardoor de kruisvorm wegviel. Boven de bestaande kerk werd een nieuw, hoger dak gemaakt
en vervolgens daaraan sluitend een groot priesterkoor. in de kerk kan men alleen aan het inspringen van de binnenzijde
van de muren de aansluiting aan de vroegere zijgevels van het dwarsschip nog waarnemen. Het koor stortte tijdens een
hevige storm in het jaar 1594 in en het moest grotendeels opnieuw worden opgebouwd.
Plattegrond van de kerk omstreeks 1500
In het jaar 1635 verzocht de kerkeraad aan de kerk meesters maatregelen te nemen om het
vervallen kerkgebouw te herstellen. De vloer lag, tengevolge van het vele begraven, erg
onregelmatig, het dak was overal lek en preken was in de holle ruimte bijna onmoge1ijk.
Ondanks de tegenstand van de roomsgezinde "buyren" werd het herstel uitgevoerd, nadat
de Staten van het Noorderkwartier daarvoor in 1635 toestemming hadden gegeven. Door de
beschrijving in het "Kerckeboeck van 1624" is deze restauratie ons goed bekend. Het dak
werd nieuw beschoten, gedekt met leien en voorzien van een gewelf tegen het tochten en
om de acoustiek te verbeteren. Uit die tijd stammen de pilaren en de muurbogen aan de
zuidzijde en het zuidportaal met het mooie trapgeveltje, dat boven de ingang een gevelsteen
bevat met het opschrift :"Christus alleene is de deure ten leven"
De restauratie van 1635
Plattegrond van de kerk 1635
Omstreeks het jaar 1700 deden zich aan de zuidzijde opnieuw ernstige verzakkingen voor en moesten kostbare
herstellingen worden verricht. Twee eeuwen later, in 1906 werd de kerk weer inwendig onder handen genomen en toen
werden ook aan de noordzijde pilaren met muurbogen geplaatst, waardoor het kerkinterieur een symmetrisch aanblik
kreeg. In de jaren na 1906 werd de toestand van het dak en van de muren snel slechter, zodat een algehele restauratie
noodzakelijk was. In 1926 is het dak compleet vernieuwd, de vloer opnieuw gelegd en de kerk van binnen heringericht.
Helaas is deze restauratie tamelijk ondeskundig uitgevoerd en is veel van de oorspronkelijke inrichting verloren gegaan.
Zo zijn de houten trekbalken en muurstukken verwijderd en de prachtige lichtkronen verkocht.
Omstreeks het jaar 1700 deden zich aan de zuidzijde opnieuw ernstige verzakkingen voor en moesten kostbare
herstellingen worden verricht.
Het orgel in 1869
In 1869 plaatst Flaes een nieuw orgel in de kerk. Hij plaatst het op een nieuw gebouwd balkon in het koor van de kerk.
De restauratie in 1926
Links ziet u de preekstoel aan
de westzijde van de kerk.
Rechts het nieuwe orgel op
een orgelbalkon aan de
oostzijde van de kerk
in het koor.
De foto’s zijn gemaakt
omstreeks 1906.
Plattegrond na de restauratie van 1926
Na de oorlog was de kerkbuurt een toonbeeld geworden van verval en verwaarlozing. Ook de toren en de kerk verkeerden
tenslotte in, een desolate toestand. Eerst omstreeks 1970 warden de omstandigheden, om te komen tot een grondig herstel,
gunstiger. De kern van het herstelplan bestond uit een geheel gewijzigd interieur en een grondige reparatie van het
gebouw zelf. Met de uitvoering werd begonnen in september 1977. Het vernieuwde interieur kwam december 1978
gereed. De werkzaamheden aan de buitenzijde werden in 1979 voltooid. De orgelkas werd verplaatst vanuit het koor en
opgesteld tegen de houten wand aan de westzijde.
De restauratie van 1977 - 1979.
Kerk in westelijke richting
Kerk in oostelijke richting
Details van de huidige kerk
De klokken en het uurwerk
De luidklokken
U hoort ze iedere zondag en misschien hebt u wel eens aan een touw de klokken geluid, maar om ze te zien moet u heel
wat trappen op klimmen, de LUIDKLOKKEN. Omstreeks het midden van de 17e eeuw werden twee nieuwe luidklokken
in de toren gehangen. De kleinste, het enige werkstuk van Eppe van der Arck in Noord-Holland, werd ter plaatse gegoten
in 1648. Deze klok ging in de oorlog verloren, nadat de bezetter de klokken had gevorderd en weggesleept. De grootste
luidklok, gegoten door de gebr. Hemony in 1650, kwam terug. Op deze klok, toon D, gewicht 1600 kg, werd in 1951 een
bod gedaan door een Amerikaanse Universiteit. Gelukkig is de verkoop niet doorgegaan. In 1964 werd een nieuwe kleine
klok geleverd door Petit en Fritsen. Deze draagt als opschrift: Mijn voorganger ging in 1943 verloren, in 1964 werd ik
geboren.
Hemony 1650 ,
Toon D , Diam. 134cm, 1600kg
Opschrift: "Benedicite omnia
opera Dni Dns, laudate et
superexaltateeum in saecula. F. en
P. Hemony me fecit Zutphanae
A0-1650"
Vertaling: "Zegent alle werken
van de Heer, uw Heer, looft en
verheft Hem hoog in eeuwigheid
Petit en Fritsen 1964,
Toon G, Diam. 101cm, 675kg
Opschrift: Mijn voorganger ging
in 1943 verloren, in 1964 werd ik
geboren"
De voorganger was in 1648 , ter
plaatse, gegoten door Eppe van
der Arck
Bij de restauratie van de toren in het begin van de 60er
jaren werden nieuwe wijzerplaten aangebracht, aan alle
vier zijden van de toren, met twee wijzers die werden
bewogen door een elektrisch uurwerk. Dit werd in 1980
vervangen door een mechanisch uurwerk uit de vorige
eeuw, afkomstig van de inmiddels gesloopte R.K.
Gregoriuskerk te IJmuiden. Op het uurwerk, dat zich
nog in het originele kabinet bevindt, staat vermeld :
MA. Batstra 1869 Leiden'. Het is een z.g. vrijhangend
slingeruurwerk met een grote nauwkeurigheid. De
afwijking bedraagt per maand niet meer dan 1 seconde.
De gewichten die de klok aandrijven zijn erg zwaar, als
een kabel zou breken zouden deze gewichten door de
vloeren van de toren gaan. Er is daarom een zandbak
geplaatst die deze gewichten in geval van kabelbreuk
opvangt.
Het uurwerk
Uit het begin van de 17e eeuw dateert de preekstoel deze heeft het eenvoudige karakter
uit die tijd en werd in 1634 tegen een wagenschot wand aan de westzijde geplaatst en
bleef daar tot 1977 staan, op de plaats waar
zich nu de
hoofdtoegangsdeuren bevinden. Als doopfont
doet een typisch
Noord-hollands, eenvoudig, doopstel dienst,
dat bevestigt is aan
de trap van de preekstoel in de volksmond "het
scheerbakje". Het
doophek, dat voor preekstoel stond, is bewaard
gebleven en dient
nu als achtergrond in het koor. De tafel, die in
1978 op een
verhoogde koorvloer werd opgesteld is een
particulier
geschenk.
De inrichting van de kerk.
De preekstoel
Behalve de fraaie wijzerplaat van 1619, boven het orgel, zijn er een aantal unieke wandborden te zien met bijbelteksten
en antipapistische spreuken. Zij werden in 1641 aangebracht als een strook plankendelen tussen de trekbalken aan de
noordzijde van de kerk. Bij de verbouw in 1906 moesten ze
worden verwijderd. Ze zijn voor het grootste deel behouden
gebleven en in 1978 op de oorspronkelijke hoogte aangebracht ,
zij het nu aan twee kanten van de kerk. In 1960 werd uit de
opbrengst van de rommelmarkt nieuwe lichtkronen aangeschaft.
Bij de restauratie van 1977 zijn ze geheel gerevideerd en opnieuw
geschikt gemaakt voor kaarsenverlichting.
De wandborden en de kaarsenkronen.
Het koorhek
Het doophek, dat oorspronkelijk voor preekstoel stond, is bewaard gebleven en dient nu als achtergrond in het koor
De zerken-vloer
Tot in het begin van de 19e eeuw was het de gewoonte in de kerk te begraven. Slechts misdadigers werd dit recht
geweigerd. Uit de vóórreformatorische tijd vindt men nog enkele priesterzerken, herkenbaar aan de in de vier hoeken
aangebrachte symbolen van de evangelisten met een randschrift
en in het midden een miskelk. Een van de stenen heeft het
opschrift: ...n Claesz va Utgheest Starf ao / XVcXXV de /v11
dach in april bidt voir d.......
Bij de restauratie van 1926 is de vloer geheel opnieuw gelegd,
waardoor de oorspronkelijke indeling verloren is gegaan. Bij de
laatste restauratie werd het kerkinterieur ingrijpend gewijzigd,
waardoor de grafstenen opnieuw van plaats moesten veranderen.
Uit het bewaard gebleven grafboek, aangelegd door Gerrit
Muntjewerff, schoolmeester van 1790 tot 1802 en doodgraver tot
1804, kon de oorspronkelijke ligging van de grafzerken voor een
groot deel worden nagegaan. Floris Zwart tekende op 31
december 1828 aan, dat op die dag als laatste in de kerk van
Uitgeest werd begraven een kind van Jacob Kooy.
De orgels.
In het jaar 1869 werd de kerk voor het eerst verrijkt met een orgel. De bouw daarvan werd opgedragen aan Pieter Flaes
te Amsterdam voor f 3500,--. Hoewel niet uniek is het instrument goed bewaard gebleven en naar 19e eeuwse
verhoudingen, een orgel met verdiensten.
Het koororgel is gebouwd in 1973 door de orgelmaker Slooff en is in 1977 aangekocht om de gemeente te begeleiden
tijdens de restauratie van de kerk en het grote orgel.
Voor meer informatie over de orgels klikt u op de knop ‘Orgels’
De Noord-Oost zijde van de kerk
Arie de Wit, 16 januari 2010